KONIJNEN GENEESKUNDE

Konijnen zijn het op twee na populairste huisdier in Europa. Het zijn vriendelijke, sociale en intelligente dieren die net als alle andere huisdieren de juiste zorg en aandacht nodig hebben. De gemiddelde levensverwachting is 8 tot 12 jaar, maar met de juiste zorg kunnen konijnen zelfs nog langer leven. De beslissing om konijnen te nemen moet dan ook worden gezien als een lange termijn verbintenis. Er zijn meer dan 60 konijnenrassen, in allerlei vormen, maten en kleuren. Naast een geschikte leefomgeving moeten ze ook regelmatig onderzocht en jaarlijks gevaccineerd worden tegen Myxomatose en Viraal Haemorrhagisch Syndroom 1 & 2 (VHS). Deze drie ziekten kunnen bij niet-gevaccineerde konijnen een dodelijk verloop hebben. Als ze eenmaal één van deze ziektes hebben, dan kunnen we eigenlijk niks meer doen om ze te redden. Daarom is het belangrijk om ze hiervoor te beschermen door middel van de vaccinatie.

Als u konijnen heeft of er misschien eentje wilt kopen, zorg dan dat u over alle nodige informatie beschikt. Wij helpen u graag hierbij, zodat u zo lang mogelijk van uw konijn(en) kunt genieten.

ONZE SERVICE

  • Aandacht voor u en uw huisdier
  • Ruime diagnostische mogelijkheden

  • Chirurgie/orthopedie/laparoscopie
  • Honden & katten gescheiden
  • Beste Baasje zorgprogramma
  • Mogelijkheid tot huisbezoek

KONIJNEN

INFORMATIE

Konijnen zijn sociale dieren, dus als u erover denkt om een konijn aan te schaffen is het beter om er minimaal twee te nemen. Het is ontzettend leuk om te zien hoe de interactie tussen de dieren is en zo hebben ze minder last van stress dan een konijn dat alleen is.

Meestal is een gecastreerd mannetje en (gesteriliseerd) vrouwtje de beste combinatie. Twee mannetjes samen gaat vrijwel altijd fout zodra ze wat ouder worden. Twee vrouwtjes samen gaan onder hormoon invloeden ook vaak fout, alleen als beiden gesteriliseerd zijn op jonge leeftijd is er een kans dat het wel goed gaat.

Het is nooit verstandig om twee onbekende konijnen zomaar bij elkaar te zetten, ze kunnen elkaar flink verwonden. Twee onbekende konijnen moeten gekoppeld worden, het kan er hard aan toe gaan, dus probeer dit niet zonder goede voorbereiding en inlezen. Er zijn ook mogelijkheden om dit uit te besteden, bijvoorbeeld als u een tweede konijntje uit het asiel haalt.

Konijnen kunnen zowel binnen als buiten gehouden worden, ze kunnen buiten temperaturen tot –10 goed verdragen, mits ze een voldoende groot schuilhok hebben die wind en waterdicht is. In de zomer hebben ze voldoende plek nodig om in de schaduw te kunnen liggen. Konijnen kunnen heel slecht tegen temperatuurschommelingen. Als ze buiten worden gehouden is het dan ook niet verstandig om ze in de winter vaak naar binnen te halen of andersom. De wintervacht wordt vanaf de zomer al opgebouwd. Als u een konijn dus buiten wilt houden, moeten ze dus vanaf de zomer buiten wonen, zodat zij de winterkou aankunnen.

Konijnen zijn nieuwsgierig aangelegd, daarnaast hebben ze voldoende bewegingsruimte nodig. Een konijn die te weinig beweging krijgt kan dik worden, last van zijn poten krijgen of darmproblemen. Ze moeten kunnen rennen, houden van knagen en graven en willen graag op hun achterpoten kunnen staan om de omgeving te checken. Het meest actief zijn ze op de momenten dat het schemerig of donker is, dit betekent dus ook dat ze ’s nachts voldoende bewegingsruimte nodig hebben. De maten van een geschikt verblijf zijn uiteraard afhankelijk van de grootte en hoeveelheid dieren die u samen houdt. De standaard konijnenhokken die verkocht worden zijn zonder ren onvoldoende geschikt als konijnenverblijf. Voor twee dwergkonijnen is het advies om minimaal 5m2 losloopruimte te hebben, ze zijn vaak beweeglijker dan grote konijnen. Voor 2 grote konijnen komt het oppervlak al op 8-10m2. Qua hoogte moeten ze zich volledig kunnen uitrekken als ze op hun achterpoten staan. Een schuilhok moet zo groot zijn dat een konijn volledig uitgestrekt kan liggen. Voor grote, zware (>5kg) of oudere konijnen is het niet verstandig een hok over meerdere etages te hebben.

Als konijnen voldoende ruimte hebben, kunt u hier ook zeer van meegenieten, want een gelukkig konijn is enorm vermakelijk.

Vaccinatie en medisch onderzoek
VHS wordt verspreid door direct contact tussen konijnen (zowel wilde als tamme), maar besmetting met het virus kan ook indirect plaatsvinden via mensen, kleding, schoenen, andere voorwerpen en vlooien. Myxomatose wordt gewoonlijk verspreid door vlooien en andere bijtende insecten zoals muggen en wordt daardoor gemakkelijk overgedragen van wilde konijnen op tamme konijnen. Een gecombineerde myxomatose-VHS-vaccinatie kan al vanaf de leeftijd van 5 weken worden gegeven, met daarna elke 12 maanden een herhalingsinjectie.

Eind 2015 is er bij konijnen een nieuw dodelijk virus opgedoken in Nederland. Vanuit diverse delen van het land zijn meldingen binnengekomen over acute sterfte onder konijnen. Het gaat om het virus RHD-2. Het Virale Hemorrhagische Diarree virus (RHD-1) is een virusziekte die al jaren voorkomt in Nederland, maar dit is een nieuwe virus variant van deze ziekte (RHD-2). Bij besmetting met beide varianten overlijden konijnen zeer snel en er bestaat geen behandeling voor deze akelige virusziekte. Zowel wilde als tamme konijnen kunnen besmet raken. Ook hiervoor geldt dat vaccineren de enige oplossing is om deze akelige infectie te voorkomen. Wij hebben alle vaccins op voorraad.

Jaarlijkse gezondheidscontrole
De beste manier om gezondheidsproblemen bij uw konijnen te voorkomen is door een regelmatige gezondheidscontrole. Dit vindt idealiter eens per jaar plaats, tegelijk met de vaccinaties. Uw konijn wordt dan helemaal onderzocht, we kijken naar de ogen, neus, oren, luisteren naar het hart en longen, voelen naar de buik. Ook wegen we uw konijn en knippen eventueel de nagels bij als deze te lang zijn. We bekijken ook goed de snijtanden en als uw konijn het toelaat kunnen we achterin de bek kijken of er haken op de kiezen aanwezig zijn. Voor een uitgebreide gebitscontrole moet uw konijn onder narcose gebracht worden.

Een juist dieet is essentieel voor de gezondheid van uw konijnen, met name voor de tanden en de spijsvertering. Het is van cruciaal belang om uw konijnen voornamelijk te voeden met hooi of gras van goede kwaliteit (liefst vers) en groene groenten, deze zijn namelijk rijk aan vezels. Voeding met weinig vezels en veel koolhydraten zoals konijnenmuesli (mengvoer) kan tot gevolg hebben dat uw konijn last krijgt van zijn tanden, abcessen in het gezicht, zere ogen en bindvliesontsteking, overgewicht en maag-darmaandoeningen zoals diarree en inactieve darmen.

Gras en hooi
Het beste voedsel voor konijnen is voedsel dat het dichtst in de buurt komt van hun natuurlijke grasdieet in het wild. Gras bevat veel vezels (ongeveer 20-25%), niet te veel eiwit (ongeveer 15%) en weinig vet (2-3%). Het grootste deel van het voedsel van konijnen die als huisdier worden gehouden moet bestaan uit gras (vers of gevriesdroogd) en/of gedroogd veldbeemdgras/timotheegras van goede kwaliteit. Dit moet onbeperkt beschikbaar zijn. Het eten van dit vezel houdende voedsel houdt uw konijnen bezig en voorkomt dat zij zich vervelen. Hooi kunt u in een hooiruifje of netje doen om vuil worden te voorkomen en ervoor te zorgen dat uw konijnen er langer van kunnen eten. Gedroogd veldbeemdgras van goede kwaliteit ruikt zoet, niet stoffig.

Groenvoer
Bladgroenten zijn goed voor konijnen van alle leeftijden en moeten elke dag gegeven worden. Daarbij is variatie erg belangrijk. Pas gespeende jonge konijnen moeten geleidelijk aan nieuwe groenten kunnen wennen. Voorbeelden zijn broccoli, kool, andijvie, snijbiet, peterselie, waterkers, bladselderij, witlof, roodlof, zuring, basilicum en andere kruiden, boerenkool, en het loof van wortels en bietjes. U kunt uw konijnen ook wilde planten zoals braamstruiken, muur en paardenbloemen voeren als u die kunt vinden. Alle groenvoer moet eerst worden gewassen voor u het aan uw konijnen geeft.

Droogvoer
Veel konijnen die droogvoer krijgen (grof mengvoer of gemengde granen) eten alleen bepaalde bestanddelen daarvan. Doordat ze de lekkere dingen eruit kiezen en wat ze niet lekker vinden laten liggen, wordt hun voeding onevenwichtig en krijgen ze niet genoeg vezels, eiwitten, calcium en fosfor binnen. Dit kan tot veel problemen leiden, met name tandproblemen. Hiernaast ziet u een voorbeeld van dit gemengde voer wat wij dus niet adviseren om te geven aan uw konijn(en).

De voorkeur wordt daarom gegeven aan pellets van goede kwaliteit, omdat elke korrel daarvan alle benodigde voedingsstoffen bevat. Het overvoeren van volwassen konijnen met droogvoer is echter een veel voorkomende oorzaak van ziekten zoals overgewicht, hart- en leveraandoeningen, chronische diarree, tand- en nieraandoeningen. Geef nooit onbeperkt droogvoer door de voederbak voortdurend bij te vullen. Een goede vuistregel is maximaal 20 gram brokjes per kg lichaamsgewicht per dag, waarbij benadrukt moet worden dat hooi of gras onbeperkt aanwezig moet zijn en het grootste deel van de voeding uitmaakt. Lees altijd de instructies van de fabrikant. Veel volwassen konijnen hebben eigenlijk helemaal geen droogvoer nodig, zeker niet als ze te zwaar zijn.

Zeer jonge konijnen en konijnen in de groei hebben andere eiwitbehoeften dan volwassen konijnen. Voor jonge konijnen zijn speciale voeders verkrijgbaar, maar ook hier geldt dat gras of hooi van een goede kwaliteit het grootste deel van de voeding moet uitmaken.

Wij adviseren als pellet voeding, Science Selective en bij een consult en vaccinatie krijgt u een gratis proefzakje mee.

En (zoete) tussendoortjes?
Tussendoortjes met veel vet of zetmeel mogen nooit gegeven worden omdat ze overgewicht of spijsverteringsproblemen kunnen veroorzaken. Hierbij gaat het onder meer om honingstokjes, bonen, erwten, maïs, brood, ontbijtgranen, biscuitjes, noten, zaden, chips en chocola. Fruit is ook een tussendoortje en mag dus slechts met mate gegeven worden, omdat het rijk is aan suikers en maag-darmklachten en tandproblemen kan veroorzaken.

Geef zeker niet te veel zoete tussendoortjes, omdat dit overgewicht en spijsverteringsproblemen tot gevolg kan hebben. De beste tussendoortjes zijn gezonde tussendoortjes, zoals kleine hoeveelheden van een favoriete groente of favoriet kruid. Deze vormen een extra bron van vezels voor uw konijnen.

Om de tanden af te slijten en voor geestelijke stimulatie kunt u uw konijnen twijgjes of takjes geven. Ze vinden het leuk om op de bast te knagen en de takjes te ontschorsen. Over het algemeen kunt u takjes geven van elke boom waarvan de mens fruit eet, zoals appel, peer, pruim, haagdoorn, meidoorn en wilde roos. Controleer wel of de boom niet met chemicaliën is bespoten.

Waar moet ik verder nog aan denken?
Voorkom plotselinge veranderingen in voeding. Als u iets wilt veranderen, doe dit dan geleidelijk over een aantal dagen of weken. Begin met kleine hoeveelheden van het nieuwe voedsel en geef daarna steeds meer, waarbij u tegelijkertijd het oude (ongewenste) voedsel afbouwt. Hooi moet onbeperkt aanwezig zijn en vooral bij net gespeende konijnen is het belangrijk dat ze voldoende hooi eten.

Als jonge konijnen gespeend worden en naar een nieuwe eigenaar verhuizen, kunnen plotselinge veranderingen in voeding of een gebrek aan vezels in combinatie met de stress van de verhuizing ziekten veroorzaken of zelfs de dood tot gevolg hebben. Wanneer u dus een nieuw konijn koopt, is het belangrijk uit te zoeken wat het dier altijd heeft gegeten en veranderingen geleidelijk in te voeren.

U mag uw konijnen nooit met rijp bedekt of beschimmeld eten of gemaaid gras geven, omdat dit ernstige maag-darmklachten kan veroorzaken.

Als u het juiste voer geeft, zijn voedingssupplementen zoals vitamines en mineralen over het algemeen niet nodig. Deze mogen alleen op aanraden van een dierenarts worden toegediend.

Vers drinkwater moet onbeperkt aanwezig zijn. Flesjes zijn gemakkelijker schoon te houden dan waterbakjes. Ook wordt bij het gebruik van flesjes de wam (huidplooi onder de kin bij voedsters) niet vochtig, zodat huidontsteking wordt voorkomen.

Samenvatting
Het voeren van konijnen is niet moeilijk. Zorg voor een onbeperkte hoeveelheid hooi of gras van goede kwaliteit aangevuld met een kleine, afgemeten hoeveelheid droogvoer (maximaal 20 gram brokjes per kg lichaamsgewicht per dag). Zorg dat er altijd schoon, vers water beschikbaar is. Tussendoortjes moeten tot een minimum beperkt worden en moeten dan in ieder geval gezond en natuurlijk zijn.

Als mensen een voedster (vrouwelijk konijn) en een ram (mannelijk konijn) samen hebben en geen jonge konijnen willen laten ze vaak alleen de ram castreren (onvruchtbaar maken). Wij adviseren om naast de ram ook de voedster te laten steriliseren! De voedster wordt niet meer schijndrachtig, is vaak minder agressief en u voorkomt ook baarmoederkanker. Baarmoederkanker komt ontzettend veel voor bij niet gesteriliseerde konijnen vanaf vierjarige leeftijd. Meer hierover leest u hieronder.

Wanneer worden konijnen geslachtsrijp?
Konijnen zijn tussen 4 maanden (bij kleinere rassen) en 6-9 maanden (grotere rassen) geslachtsrijp. Het is aan te raden jonge konijnen vanaf 3-4 maanden op te delen in groepen van dezelfde sekse, anders heeft u voordat u het weet een nestje.

Wanneer kunnen voedsters gesteriliseerd worden?
Wij adviseren om voedsters te steriliseren als ze tussen de 6 en 9 maanden oud zijn.

Waarom is het verstandig mijn voedster te laten steriliseren?
Hiermee wordt de voedster onvruchtbaar en kunt u ongewenste gezinsuitbreiding voorkomen als er een niet gecastreerde ram bij zit.
Sterilisatie is bij de voedster ook een medische indicatie. Door de operatieve ingreep kan er geen baarmoederkanker meer ontwikkelen, omdat de eierstokken en de baarmoeder tijdens de operatie worden verwijderd. Helaas komt baarmoederkanker bij niet gesteriliseerde voedsters veel voor, het is zelfs de meest voorkomende kanker bij konijnen. Of een voedster wel of niet heeft geworpen speelt geen rol. Leeftijd is de bepalende factor voor het krijgen van deze vorm van kanker en 50% tot 80% van de voedsters ouder dan 4 jaar kan er uiteindelijk aan overlijden. Rasverschillen lijken ook van belang, maar veel is hier nog niet over bekend. Het ontwikkelt zich langzaam en kan na 1-2 jaar uitzaaien naar de longen, lever, hersenen en botten. Een enkele keer wordt er bloed uit de vagina gezien. In een laat stadium is het konijn algemeen ziek (sloom, niet eten, benauwd en/of dikke buik). In een vroeg stadium kan sterilisatie nog de redding zijn, in een laat stadium is de prognose slecht. Het allerbelangrijkste is om dit te voorkomen voordat het te laat is!
U zorgt ervoor dat de voedster niet meer schijnzwanger wordt, waar voedsters veel last van kunnen hebben.
Als laatste kan de ingreep geïndiceerd zijn bij gedragsproblemen, ook wel ‘dominantie-agressie’. Konijnen willen graag hun territorium verdedigen en kunnen grommen, stampen met de achterpoten, aanvallen naar het voer of zelfs bijten. Soms kan dit leiden tot hevige vechtpartijen. Door een konijn te castreren kan dit gedrag verminderd worden.
Hoe verloopt een sterilisatie bij een voedster?

Konijnen hoeven in tegenstelling tot een hond en kat niet nuchter te zijn voor een operatie. Het is zelfs fijn als u het eten van uw konijn meeneemt naar onze praktijk, zodat uw konijn voor en na de ingreep bij ons kan eten. Hierdoor blijven de darmen actief en voorkomen we zoveel mogelijk darmproblemen tijdens en na de narcose.

Voor de operatie krijgt het konijn twee soorten medicatie door middel van een drankje, de ene is pijnstilling, het andere medicijn stimuleert de darm om goed te blijven werken. In de loop van de ochtend wordt de voedster door middel van een narcose injectie onder narcose gebracht. Zodra ze slapen, krijgt het konijn een kapje op haar neus, waardoor ze zuurstof krijgt toegediend. Als het nodig is krijgen ze op deze manier ook extra gasnarcose toegediend. Konijnen kunnen erg snel afkoelen door de narcose en daarom liggen ze bij ons altijd op een warmtematje en wordt de temperatuur goed in de gaten gehouden.
Tijdens de narcose krijgt het konijn een onderhuids infuus met vocht en een lichte suikeroplossing. Dit zorgt ervoor dat de vocht- en energiebalans van het konijn op peil blijft tijdens de narcose.

De haren op de buik worden geschoren en de huid wordt goed gewassen en ontsmet. Er wordt een sneetje in het midden van de buik gemaakt waardoor de beide eierstokken en baarmoeder kunnen worden verwijderd. De buikwand en de huid worden gesloten met hechtmateriaal. De hechtingen worden onderhuids geplaatst en lossen vanzelf op, er hoeven geen hechtingen verwijderd te worden.

Als het konijn weer goed wakker is mag ze naar huis. U krijgt van ons twee soorten medicatie mee naar huis. Het ene medicijn is pijnstilling, het andere stimuleert konijnen om te eten en zorgt dat hun darmen blijven werken. Daarnaast krijgt u een uitgebreid nazorg formulier met alle punten waarop u moet letten.

Narcose bij konijnen
Veel eigenaren maken zich zorgen over de risico’s van narcose bij konijnen. Vroeger stonden konijnen erom bekend dat ze moeilijk veilig onder narcose te brengen waren. Sterilisatie van konijnen is tegenwoordig echter een routine-ingreep en met moderne medicijnen en de huidige expertise van dierenartsen is er geen reden om overbezorgd te zijn. Alle narcosemiddelen brengen een klein risico met zich mee, ongeacht welk dier het betreft, maar er wordt alles aan gedaan om de narcose van uw konijn zo veilig mogelijk te laten verlopen.

Overgewicht bij konijnen
Gesteriliseerde / gecastreerde konijnen hebben bij het ouder worden eerder last van overgewicht en het is dus van belang ervoor te zorgen dat ze niet te veel eten en voldoende bewegen. Ons advies is maximaal 20 gram biks per kilo lichaamsgewicht per dag en daarnaast onbeperkt hooi en water.

Ons allereerste advies als mensen nadenken over het nemen van konijnen is: neem er minimaal twee in plaats van één. Konijnen zijn veel minder gelukkig alleen. Ook al krijgt uw konijn veel aandacht van u, u kunt als mens nooit een konijn vervangen. Als u twee konijnen neemt is de beste combinatie een ram (mannetje) en een voedster (vrouwtje). Als u geen jongen wilt of als u gevechten tussen rammen en voedsters zoveel mogelijk wilt vermijden, is het verstandig om zowel het mannetje als het vrouwtje te laten castreren/steriliseren.

Wanneer worden konijnen geslachtsrijp?
Konijnen zijn tussen 4 maanden (bij kleinere rassen) en 6-9 maanden (grotere rassen) geslachtsrijp. Het is aan te raden jonge konijnen vanaf 3-4 maanden op te delen in groepen van dezelfde sekse, anders heeft u voordat u het weet een nestje.

Wanneer kunnen rammen gecastreerd worden?
De rammen kunnen worden gecastreerd op het moment dat beide testikels zijn ingedaald. Dit zal meestal rond de 4 maanden zijn. Houd er rekening mee dat een mannetjes konijn nog 4-6 weken tot na de castratie in staat is om nakomelingen te verwekken. Om dit te voorkomen is het verstandig uw konijnen nog een paar weken apart te houden na de castratie.

Waarom is het verstandig mijn ram te laten castreren?
Hiermee wordt de ram onvruchtbaar en kunt u ongewenste gezinsuitbreiding voorkomen als de ram samen met een voedster zit.
U voorkomt het regelmatig rijden op andere dieren van uw ram.
Als laatste kan de ingreep geïndiceerd zijn bij gedragsproblemen, ook wel ‘dominantie-agressie’ genoemd. Konijnen willen graag hun territorium verdedigen en kunnen grommen, stampen met de achterpoten, aanvallen of zelfs bijten. Soms kan dit leiden tot hevige vechtpartijen. Door een konijn te castreren kan dit gedrag verminderd worden.
Hoe verloopt een castratie bij een ram?

Konijnen hoeven in tegenstelling tot een hond en kat niet nuchter te zijn voor een operatie. Het is zelfs fijn als u het eten van uw konijn meeneemt naar onze praktijk zodat uw konijn voor en na de ingreep bij ons kan eten. Hierdoor blijven de darmen actief en voorkomen we zoveel mogelijk darmproblemen tijdens en na de narcose.

Voor de operatie krijgt het konijn pijnstilling van ons door middel van een drankje. In de loop van de ochtend wordt de ram met een slaap kapje onder narcose gebracht. Konijnen kunnen erg snel afkoelen door de narcose en daarom liggen ze bij ons altijd op een warmtematje en wordt de temperatuur goed in de gaten gehouden. Beide testikels worden door middel van twee kleine sneetjes verwijderd. De huid plakt snel weer aan elkaar, hechtingen zijn hierbij niet nodig.

Als het konijn weer goed wakker is mag het naar huis. U krijgt van ons een uitgebreid nazorg formulier mee naar huis met alle punten waarop u moet letten.

Narcose bij konijnen
Veel eigenaren maken zich zorgen over de risico’s van narcose bij konijnen. Vroeger stonden konijnen erom bekend dat ze moeilijk veilig onder narcose te brengen waren. Castratie van konijnen is tegenwoordig echter een routine-ingreep en met moderne medicijnen en de huidige expertise van dierenartsen is er geen reden om overbezorgd te zijn. Alle narcosemiddelen brengen een klein risico met zich mee, ongeacht welk dier het betreft, maar er wordt alles aan gedaan om de narcose van uw konijn zo veilig mogelijk te laten verlopen.

Overgewicht bij konijnen
Gesteriliseerde / gecastreerde konijnen hebben bij het ouder worden eerder last van overgewicht en het is dus van belang ervoor te zorgen dat ze niet te veel eten en voldoende bewegen. Ons advies is maximaal 20 gram biks per kilo lichaamsgewicht per dag en daarnaast onbeperkt hooi en water.

Te lange tanden en het niet goed op elkaar staan van tanden/kiezen (=maloclussie)
Dit is het meest voorkomende probleem, aangezien konijnentanden tijdens de hele levensduur blijven groeien en door middel van eten afgesleten moeten worden om op de juiste lengte te blijven. Als het eten niet genoeg vezels bevat of de tanden niet goed op elkaar staan (malocclusie), worden ze te lang. Bij te lange tanden ontstaan haken die in de wang en tong kunnen prikken en zo veel pijn, mondinfecties en zweren kunnen veroorzaken. Ook is het konijn dan niet langer in staat voedsel op te pakken en op te eten. Verschijnselen zijn onder meer het verlies van eetlust, gewichtsverlies, kwijlen en abcessen op snuit en kaak. Ook ooginfecties en aangekoekte keutels rond de staartaanzet kunnen een teken van tandproblemen zijn.

Bij sommige konijnenrassen is malocclusie van de voorste snijtanden aangeboren. Deze konijnen zullen hun hele leven lang regelmatig behandeld moeten worden, maar nog beter is om de snijtanden te laten trekken. Dan komt het probleem niet meer terug en konijnen kunnen hier heel goed mee eten. Hieronder ziet u de snij- en stiftanden die we bij een konijn hebben getrokken.

Bij oudere konijnen kunnen de voortanden ook scheef gaan staan en door blijven groeien. Dit heeft waarschijnlijk te maken met de voeding. Een juiste voeding is essentieel voor het welzijn van uw konijn (zie het hoofdstuk over voeding). Problemen komen vooral voor als uw huisdier niet voldoende vezels eet in de vorm van hooi, gras of plantbladeren om de tanden snel genoeg af te slijten. Problemen kunnen zich ook voordoen als uw konijn de biks in een mueslimix niet wil eten, aangezien de biks calcium en fosfor bevatten die essentieel zijn voor een goede groei van botten en tanden. Het gebit van uw konijn moet regelmatig gecontroleerd worden, bij voorkeur tegelijk met de jaarlijkse vaccinatie.

Huidziekten
Oormijten zijn kleine parasieten in de gehoorgang van konijnen. Ze kunnen overmatige productie van oorsmeer veroorzaken die gepaard gaat met klinische symptomen zoals met het hoofd schudden, aan het oor krabben en bloed rond de gehoorgang. Dit komt het vaakst voor bij rassen met hangoren.

Andere mijten veroorzaken droge huid en roos op de rug en schouders. Deze kunnen ook bij mensen een lichte huiduitslag veroorzaken, dus konijnen met mijten moeten snel behandeld worden.

Als het hok niet regelmatig (minimaal 1 keer per week) verschoond wordt, kunnen de pootjes van uw konijn gaan zweren en geïnfecteerd raken, vooral als het konijn ook nog te zwaar is. Dit wordt ook wel pododermatitis genoemd en is pijnlijk voor uw konijn (zie de foto hieronder). De poten moeten regelmatig worden gecontroleerd en de nagels zo nodig geknipt. Met de juiste techniek is dit laatste niet moeilijk, graag doen wij dit een keer voor u voor.

Diarree
Diarree is een veel voorkomend probleem bij tamme konijnen. Ernstige diaree kan levensbedreigend zijn en u moet dan ook contact met de praktijk opnemen. Sommige maagdarminfecties die diarree veroorzaken, kunnen binnen 24 uur dodelijk zijn. Konijnen met diarree raken snel uitgedroogd en moeten vloeistof toegediend krijgen. Soms moet dit per infuus. Als konijnen zelf niet willen eten is het belangrijk om ze te dwangvoeren. Ook een vezelrijk dieet (hooi of gras) heeft een beschermende werking tegen diarree en zachte keutels.

In de zomer kunnen diarree of aangekoekte zachte keutels vliegen aantrekken, die hun eitjes rond de staartaanzet leggen. Uit deze eitjes komen maden. De maden (die soms al binnen een dag uit de vliegeneitjes komen) voeden zich niet alleen met de aangekoekte keutels, maar ook met de konijnen zelf. Dat is een hele pijnlijke en vaak levensbedreigende situatie. In de zomer moet u uw konijn twee keer per dag controleren en er altijd voor zorgen dat de bedding schoon en droog is. Wij verkopen het middel Nomyiasis, waarmee u de kans op maden kunt verkleinen. Het allerbelangrijkste is goede hygiëne en een snelle behandeling van bijbehorende gezondheidsproblemen.

Narcose bij konijnen
Veel eigenaren maken zich zorgen over de risico’s van narcose bij konijnen. Vroeger stonden konijnen erom bekend dat ze moeilijk veilig onder narcose te brengen waren. Sterilisatie van konijnen is tegenwoordig echter een routine-ingreep en met moderne medicijnen en de huidige expertise van dierenartsen is er geen reden om overbezorgd te zijn. Alle narcosemiddelen brengen een klein risico met zich mee, ongeacht welk dier het betreft, maar er wordt alles aan gedaan om de narcose van uw konijn zo veilig mogelijk te laten verlopen.

Wel of niet verzekeren?
Zelf geld opzij leggen of een ziektekostenverzekering voor uw huisdier afsluiten? Aan u de keuze.
Net als voor uzelf kunt u ook voor uw huisdier een ziektekostenverzekering afsluiten. Medische kosten ten gevolge van een ziekte, aandoening of ongeval worden dan vergoed. De diergeneeskunde is volop in ontwikkeling en er is steeds meer mogelijk. De dierenarts kan veel betekenen voor uw huisdier. Bijna iedere ziekte of aan- doening is tegenwoordig goed te behandelen. De kosten kunnen echter flink oplopen.

Het is daarom van belang om ook aan de medische zorg voor uw huisdier te denken. U kunt natuurlijk zelf geld opzij leggen, maar het is vaak lastig om in te schatten hoeveel een behandeling kost. Een uitgebreide operatie of medicatie voor ziekten kan wel honderden of zelfs duizenden euro’s kosten. Een huisdierenverzekering biedt uitkomst.

Voor een vast bedrag per maand bent u verzekerd tegen de kosten van de dierenarts. Een geruststellende gedachte!

Als dierenartsenpraktijk raden wij u aan een verzekeraar te kiezen die alleen gericht is op huisdieren, zoals Petplan. Op verzekerjehuisdier.nl kunt u kijken welke verzekeraar het beste bij u past. Neem een kijkje op de website van deze verzekeraars om uw premie te berekenen en om te zien uit welke pakketten u zou kunnen kiezen, mocht u uw huisdier willen verzekeren.

Myxomatose en het viraal haemorrhagisch syndroom (afgekort VHS) zijn twee ernstige (maar te voorkomen) besmettelijke ziekten bij konijnen. VHS wordt ook wel rabbit haemorrhagic disease (afgekort RHD) of viral haemorrhagic disease (afgekort VHD) genoemd.

Hieronder vindt u de antwoorden op een aantal veel gestelde vragen over beide ziekten en advies over hoe u uw huisdier kunt beschermen.

Wat zijn de symptomen?
Myxomatose wordt veroorzaakt door een virus. Als een dier besmet is, zien we dat het eerst aan dikke, vochtige zwellingen op de kop en de snuit. Andere klassieke symptomen zijn ‘slaperige ogen’, opgezwollen lippen, kleine zwellingen aan de binnenkant van het oor en dikke zwellingen rond de anus en geslachtsorganen. Binnen een paar dagen kunnen deze zwellingen zo ernstig worden dat ze blindheid kunnen veroorzaken. Eten en drinken worden steeds moeilijker en gewoonlijk leidt de ziekte binnen 12 dagen tot de dood.

Myxomatose en het viraal haemorrhagisch syndroom (afgekort VHS) zijn twee ernstige (maar te voorkomen) besmettelijke ziekten bij konijnen. VHS wordt ook wel rabbit haemorrhagic disease (afgekort RHD) of viral haemorrhagic disease (afgekort VHD) genoemd.

Hieronder vindt u de antwoorden op een aantal veel gestelde vragen over beide ziekten en advies over hoe u uw huisdier kunt beschermen.

Wat zijn de symptomen?
Myxomatose wordt veroorzaakt door een virus. Als een dier besmet is, zien we dat het eerst aan dikke, vochtige zwellingen op de kop en de snuit. Andere klassieke symptomen zijn ‘slaperige ogen’, opgezwollen lippen, kleine zwellingen aan de binnenkant van het oor en dikke zwellingen rond de anus en geslachtsorganen. Binnen een paar dagen kunnen deze zwellingen zo ernstig worden dat ze blindheid kunnen veroorzaken. Eten en drinken worden steeds moeilijker en gewoonlijk leidt de ziekte binnen 12 dagen tot de dood.

VHS wordt ook door een virus veroorzaakt, hoewel het een ander virus is dan het myxomatosevirus. Ook het verloop van de ziekte is heel anders. De meeste met VHS besmette konijnen sterven zeer snel, zonder dat er sprake is van zichtbare ziekteverschijnselen, afgezien van een periode van een paar uur waarin ze sloom en lusteloos zijn. Bij konijnen die langer blijven leven, kunnen de symptomen sterk variëren. Mogelijke symptomen zijn koorts en stuiptrekkingen, waarna het konijn in een dodelijk coma terechtkomt en binnen 12 tot 36 uur sterft. In sommige gevallen wordt vlak voor de dood nog bloederige afscheiding uit de neus waargenomen.

Loopt mijn konijn risico?
Alle konijnen kunnen met myxomatose en VHS worden besmet, zowel binnen- als buitenkonijnen.

Hoe wordt de ziekte verspreid?
Myxomatose wordt vooral overgebracht door bloedzuigende insecten zoals de konijnenvlo en ook door muggen. Omdat dit virus echter ook door direct contact tussen konijnen verspreid kan worden, kan verspreiding van de ziekte niet alleen met bestrijding van bloedzuigende insecten worden voorkomen.

Het VHS-virus wordt uitgescheiden in de urine, uitwerpselen en afscheiding uit de luchtwegen van besmette konijnen en verspreidt zich snel naar andere dieren, hetzij door rechtstreeks contact hetzij als gevolg van de verspreiding van het virus. Dit virus is zo sterk dat het vele maanden in de omgeving kan overleven. Het kan verspreidt worden via besmette kleding, hokken, water, stro, hooi, voerbakken en andere voorwerpen.

Hoe snel wordt mijn konijn ziek?
Bij myxomatose duurt het 5 tot 14 dagen voordat de symptomen van de ziekte zichtbaar worden. Het ziekteverloop van VHS is veel korter, meestal tussen de 1 en 3 dagen. Een ander kenmerk van VHS is dat het verloop van de ziekte veel acuter is en dat veel dieren voorafgaand aan hun dood geen duidelijke symptomen vertonen.

Wat is de overlevingskans voor konijnen na besmetting?
Over het algemeen leidt een ernstige myxomatose infectie van een kwetsbaar konijn binnen 12 dagen tot de dood, veelal als gevolg van een secundaire longinfectie. Met myxomatose besmette konijnen kunnen soms weken of zelfs maanden na de besmetting blijven leven. Niet alle besmette konijnen gaan dood, hoewel in het wild minder dan 10% overleeft.

Met VHS besmette konijnen daarentegen bezwijken over het algemeen veel sneller. Meestal binnen 12 tot 36 uur nadat de ziekteverschijnselen zich voor het eerst voordoen (hoewel er in de meeste gevallen geen sprake zal zijn van duidelijke ziekteverschijnselen, afgezien van sloomheid en lusteloosheid).

Hoe kunnen deze ziekten worden bestreden?
Daar zijn twee manieren voor:

– Bestrijding van de parasitaire insecten (vooral bij myxomatose)
Myxomatose wordt over het algemeen verspreid door bloedzuigende insecten en in dat kader is de bestrijding van vlooien en muggen van cruciaal belang. Aangezien myxomatose ook via direct contact overgebracht kan worden, wordt geadviseerd wilde konijnen uit de buurt van uw konijnen te houden en vlooienbestrijdingsmiddelen zoals druppels voor op de huid en sprays te gebruiken. De bestrijding van muggen is moeilijker, maar hiervoor kunnen insectenwerende strips en netten (klamboe) worden gebruikt. Ook droge bedding helpt muggen te bestrijden.

– Vaccinatie (tegen zowel myxomatose als VHS)
Er bestaat een vaccin waarmee u uw konijn tegen myxomatose en VHS kunt inenten. Met één enkele inenting wordt uw huisdier immuun voor beide ziekten. Elk jaar moet een herhalingsinjectie worden gegeven.